
“Hey Hermien, hoe was het bij de Trappisten?” Dit messengerberichtje ontving ik gisteren van Dennis. Ik heb er niet direct op gereageerd. Hoe het de afgelopen 4 dagen was met mij in Abdij Lilbosch, is namelijk niet zo simpel te beantwoorden. Ik ben er zelf nog niet helemaal uit hoe het was… Of misschien wel, maar het voelt nogal ingewikkeld.
Hoogspanning
Als iets ingewikkeld is, ont-wikkel ik het graag: laagje voor laagje afpellen om te kijken waar het in de kern over gaat. Dat doe ik liever dan wegstoppen, zoals bij het bordje “Levensgevaar Hoogspanning” waar ik een paar keer per week voorbij fiets.
Hij weg. Ik weg.
Er waren een paar dingen die mijn kloosterdagen “anders dan anders” maakten. Ik hou enorm van een verblijf in een klooster. Ik leef er naartoe en geniet van elke seconde daar. Tenminste…zo was dat tot deze keer. Ik had nu van tevoren al het gevoel dat ik liever thuis wilde blijven. Gijs en ik houden erg van dingen apart van elkaar doen. Dat hebben we de laatste tijd veel gedaan, maar er zit blijkbaar ook een grens aan wat daarin als fijn voelt. Gijs ging voor mijn kloosterdagen een paar dagen op fietsbedevaart naar Kevelaer, ik zou hem daar ophalen en hij zou mij dan wegbrengen naar Echt. Hij weg. Ik weg. En dat voelde niet fijn, zeker niet met nog een paar van die weken in september en oktober in het vooruitzicht. De start was dus al niet zo fijn: ik had liever thuis willen blijven maar koos ervoor, want we hebben altijd een keuze, om toch te gaan. Bewust. Ik had geen zin om mijn plannen last-minute om te gooien. En maar goed ook!
Heimwee
Want oh…wat ben ik mezelf tegengekomen die 4 dagen. Er waren prachtige momenten. De fijne vieringen in de kapel, de prachtige, wereldverbeterende gesprekken met de 3 andere gasten, de wandeling langs de varkens en door het hoge gras en de ontmoeting met de vader van één van de broeders. Maar ik had al vanaf het begin een gevoel van heimwee. Dat is geen fijn gevoel. Het voelt als “ik wil maar één ding en dat is naar huis”. Maar dat heb ik niet gedaan. En ook dat was maar goed ook.
Per ongeluk
Als ik naar huis was gegaan had ik niet zoveel kunnen leren van een klein gesprek met br. Johannes, de gastenbroeder. Br. Johannes vroeg mij of ik een psalmboek had geleend. Je gebruikt dat in de kapel en ik neem dat weleens mee naar mijn kamer om er teksten die mij raakte in over te schrijven in mijn dagboek. Dus ja, ik had een psalmboek geleend. Br. Johannes vertelde mij dat dat prima is, maar dat hij graag heeft dat ik dat dan van tevoren meld. Er verdwijnen namelijk nogal eens psalmboeken. Die worden dan per ongeluk mee naar huis genomen. Zo houdt hij goed zicht op waar de boeken zijn.
Oud-zeer
Dat simpele gesprekje tussen mij en br. Johannes bleef maar malen in mijn hoofd. “Ik heb het niet goed gedaan”, was de overheersende gedachte. Heel, heel, heel interessant hoe dat in ons hoofd werkt. Ik dacht toch echt dat ik dit stukje “oud zeer” achter me had gelaten. Maar blijkbaar was er iets in de kloostersetting wat ervoor zorgde dat dit opnieuw aan werd getikt. Het gesprek met br. Johannes was niet meer en niet minder dan een trigger om oude gevoelens van “ik moet het goed doen” naar boven te halen. Thuis hebben we allerlei mogelijkheden om dat gebied in onszelf wat niet fijn voelt, wat soms als levensgevaarlijk voelt, onder de graffiti te spuiten. In het klooster, zijn de mogelijkheden wat beperkter. Ik zat daar en ik bleef daar. Weinig afleiding en eindeloos tijd om door die gevoelens heen te gaan.
Het waren de moeilijkste kloosterdagen ooit en meteen ook de aller-, allerbeste. Dankjewel br. Johannes voor de kans die je mij hebt gegeven om een stukje oud-zeer te verzorgen. Heel graag tot een volgende keer.
Liefs Hermien

Lieve Hermien,
Zo dapper dat je gegaan bent en gebleven bent, vind ik nog dapperder.
Volgens mij is Goliath weer een koppie kleiner gemaakt. Toch ?!
Nou en of Liesbeth! ?